In Nederland leven ieder jaar ruim 20 miljoen
varkens. In de vee-industrie draait alles om
efficiency en zo goedkoop mogelijk produceren.
Het varken is hiervan de dupe en wordt door o.a. 
ingrepen als staart knippen en castratie aangepast
aan de huisvesting en de wensen van de markt. 
Tegen dit trieste lot komt Varkens in Nood in actie.  
In Nood > De vee-industrie

Over de vee-industrie

Wat is de intensieve veehouderij?

Intensieve veehouderij, ook wel vee-industrie of bio-industrie genoemd, is het houden van dieren op een fabrieksmatige manier, waarbij het streven gericht is op het zo snel, efficiënt, grootschalig en veel als mogelijk productief maken van dieren. Verzorging en welzijn van het dier zijn gericht op het maximaliseren van de productie. Alles wat een dierenleven zou veraangenamen, maar de productiviteit verlaagt, wordt achterwege gelaten.

De industriële bedrijfsvoering gaat gepaard met eenzaamheid en verveling voor het dier. Een dier wordt niet langer in productie (lees: in leven) gehouden dan economisch verantwoord is. Daarna wordt het geslacht. Terwijl koeien gemakkelijk twintig tot dertig jaar kunnen worden en twaalf tot vijftien jaar productief kunnen zijn, worden zij vaak al na vier of vijf jaar geslacht. Ook de legbatterijkip wordt al na één jaar en een totale productie van 300 eieren geslacht, ver voor haar natuurlijke levensduur. Varkens kunnen vijftien jaar oud worden. Mestvarkens worden echter na een half jaar geslacht en zeugen worden niet ouder dan tweeëneenhalf.

Waarom bestaat de intensieve veehouderij?

Vroeger werd de landbouw in Nederland bedreven door gemengde bedrijven. Dit waren kleine bedrijfjes, met wat koeien, een paar varkens voor vlees en paarden als trekdier. De akkerbouw was gericht op het produceren van voer voor eigen dieren. De rest van de productie werd op de lokale markt verhandeld en was bestemd voor eigen consumptie. Het was vrij moeilijk voor deze bedrijfjes om het hoofd boven water te houden. Vooral op de arme zandgronden in Nederland hadden de boeren het zwaar.

Na de Tweede Wereldoorlog was het Nederlandse regeringsbeleid gericht op het herstel van de economie en de industriële productie. Om de koopkracht van de mensen te vergroten werd de prijs voor het voedselpakket laag gehouden. Maar de boeren hadden wel een goed inkomen nodig. Daarom moest de landbouwproductie fors omhoog. Verhoging van de productie werd bereikt door deze te mechaniseren. Hierdoor kon met veel minder arbeid hetzelfde werk verzet worden. Verhoging van de opbrengst werd bereikt door gebruik van kunstmest, bestrijdingsmiddelen en krachtvoer.

Wat is er mis in de intensieve veehouderij?

Eén van de belangrijkste bezwaren tegen de vee-industrie is van ethische aard. Zelfs als alle milieuproblemen kunnen worden opgelost en zelfs al is de energie- en mineralenboekhouding van de veehouder in balans, dan blijft de manier waarop in de bio-industrie het respect voor dieren met voeten wordt getreden onaanvaardbaar.

Het houden van veel dieren in een kleine ruimte, zonder bewegingsvrijheid en zonder mogelijkheden om natuurlijk gedrag te vertonen, kan niet anders dan op een dieronvriendelijke wijze gebeuren.

Omdat het stukje vlees uiteindelijk zo goedkoop mogelijk in de schappen moet komen, krijgen de dieren net genoeg ruimte om te staan en in leven te blijven. Mannelijke varkens worden zo snel mogelijk na de geboorte zonder verdoving gecastreerd. Als iemand dat met zijn of haar hond of kat doet, kan hij of zij een niet mis te verstane boete wegens dierenmishandeling krijgen. Maar voor huisdieren die voor de slacht gefokt worden gelden opeens andere regels.

Stroomlijning

Op schilderijen uit de 16e en 17e eeuw is heel duidelijk te zien dat de toenmalige varkens gestroomlijnd zijn. Ze hebben stevige poten, een donkere, harige en stevige huid en hun neus was veel groter dan die nu is. Door fokprogramma's is de huid van het hedendaagse varken bleek en haarloos, waardoor het in de zon snel verbrand. Daarnaast is de neus van het varken, zijn radiator, sterk ingekort, waardoor zijn temperatuur wel drie graden Celsius kan stijgen. Verder zijn de varkens veel zwaarder geworden en hebben ze korte pootjes gekregen. Kijk maar. U kunt ook zien hoe wij er zouden uitzien, als we zouden zijn doorgefokt.

Het doorgefokte en mishandelde varken in de bio-industrie

Als we varkens warmtetechnisch beschouwen als een cilinder op pootjes met een romp van 50 centimeter doorsnee en een lengte van één meter, dan geeft een vergroting van de romp (R) met tien tot vijftien centimeter (waarbij de lengte (L) van het varken constant blijft) volgens de aloude formule: Inhoud = pi R2L, een toename van de inhoud met een factor 2,6. De oppervlakte van de cilinder neemt bij dezelfde toename van de straal echter maar toe met een factor 1,8 - volgens 2pi (R2+ RL). De verhouding tussen inhoud en oppervlakte is een maat voor de warmteafvoermogelijkheid.

Slechte warmteafvoer

Het moderne, tonnenronde en kort geneusde varken heeft een warmteafvoer dat in totaal een factor 5 slechter is dan dat van zijn collega in het wild. Varkens in schuren in hete zomers en varkens op transport bezwijken dan ook gauw en op een buitengewoon onplezierige wijze.

Verstoring van de tafelmanieren

Varkens zijn zoals gezegd sociale dieren en net als mensen gaan ze gezamenlijk 'aan tafel'. Voederautomaten in de bio-industrie zorgen er echter voor dat varkens één voor één moeten eten en dat sommige varkens dus eerder beginnen. Dit wordt door de andere varkens zeer ongemanierd gevonden en leidt tot grote frustratie en onderlinge vijandigheid.

Castratie

Een tragische gebeurtenis in het leven van elk mannelijk biggetje is de castratie. Om aan de inkoopeisen van de markt te voldoen castreert vrijwel iedere boer zijn biggen. Het gaat om ruim 3,3 miljoen Nederlandse biggen per jaar die voor de Nederlandse markt gecastreerd worden. Dit gebeurt omdat zonder deze castratie bij minder 1% van deze biggen de zogenaamde 'berengeur' voor komt, wat maakt dat het vlees stinkt wanneer men het bakt.
 
Sinds januari 2009 worden biggen verdoofd gecastreerd, maar de verdoving is stressvol en de napijn wordt niet bestreden. De beertjes ondervinden veel stress en pijn aan de castratie; vaak zijn ze een week lang misselijk, hebben ze diarree en voelen ze zich ellendig. Lees meer

Oorbeschermers

De biggen maken tijdens het castreren zo'n lawaai dat de boeren verplicht zijn met oorbeschermers te werken, omdat hun gehoor anders beschadigd wordt. Het arme moedervarken moet vastgeklemd tussen stalen rekken toestaan dat haar kroost wordt mishandeld, kan de oren niet sluiten en heeft geen enkele mogelijkheid haar frustratie en onmacht af te reageren.

Shock

Varkens kunnen door stress in een shocktoestand geraken. Hun ledematen raken dan van achteren naar voren verstijfd, hetgeen gepaard gaat met enorme angsten, hevige pijnen en uiteindelijk de dood.

Jeuk

Anders dan vrijwel alle andere huisdieren (katten, kippen, konijnen) kan een varken zich niet zelf wassen. Als een varken buiten water krijgt, dan zal hij dit vaak mengen met zand om een modderbad te kunnen nemen. Ze doen dit het liefst met zijn allen, knorren daar tevreden bij en ontspannen zichtbaar. Na afloop schuren ze zich zelf schoon en raken daarmee parasieten en andere irritaties kwijt. De meeste varkens in de bio-industrie hebben geen enkele mogelijkheid zich schoon te maken en hebben daarom heel veel last van jeuk.

Ellendig leven

Wie denkt dat deze opsomming wel voldoende ellende bevat, heeft gelijk, maar in de praktijk zijn er nog veel meer problemen, zoals de wegkwijnziekte, gewrichtsstoornissen door een gebrek aan beweging, gestoord gedrag door een totaal gebrek aan afwisseling, zeugen die na twee jaar al versleten zijn, terwijl ze in de natuur wel vijftien jaar kunnen worden.

De boer als manager

Van alle goede eigenschappen van het varken blijft in de bio-industrie weinig over. De gemiddelde boer weet nauwelijks iets van het natuurlijk gedrag van zijn dieren en des te meer van budgetteringen, voedermachines en bankkredieten. De boer van nu lijkt in niets op de archaïsche boer, die in een romantische omgeving, onder de bomen voor zijn eeuwenoude boerderij tevreden een pijp rookt, terwijl zijn gezonde dieren op het weiland in de ondergaande zon staan te dromen.

Gemakkelijk aanpassen aan de ‘nieuwe’ omgeving

Curieus genoeg weten varkens uit de bio-industrie hun normale leven snel weer op te pakken. Varkens uit de bio-industrie die in Zweden vrij waren gelaten in een stuk bos, begonnen al heel snel groepen te vormen, eten te zoeken, biggen op te voeden en nesten te bouwen. Hun intelligentie zorgde er voor dat ze zich snel aan hun omgeving aan konden passen en het was duidelijk te zien hoe opgewekt en speels de dieren in hun nieuwe omgeving waren.

De gefokte mens

Zouden we mensen net zo fokken als varkens dan zou een volwassen man dunne pootjes hebben van nauwelijks een halve meter lang, een mopsneus, een bleke en slechte huid en een rolmopsachtig lijf van 200 kilo, vaak bijna stikken van de hitte of vergaan van de jeuk en vaak ook allebei.

Help onze varkens

Vergelijken we het vriendelijke, intelligente en sociale dier dat zelfstandig in de bossen zijn voedsel weet te vinden, voor zijn vijanden een geducht tegenstander en voor het kroost een zorgzame ouder is, met de met groeihormonen volgepropte en mishandelde worst van tegenwoordig, dan mag iedereen met een beetje gevoel daar maar één conclusie aan verbinden:

Help onze varkens en eet geen vlees uit de intensieve veehouderij!

 
Over de misstanden bij varkens in de intensieve veehouderij kunt u hier lezen.
CMS by WebGenerator