In Nederland leven ieder jaar ruim 20 miljoen
varkens. In de vee-industrie draait alles om
efficiency en zo goedkoop mogelijk produceren.
Het varken is hiervan de dupe en wordt door o.a. 
ingrepen als staart knippen en castratie aangepast
aan de huisvesting en de wensen van de markt. 
Tegen dit trieste lot komt Varkens in Nood in actie.  
Varkens > Varkensverhalen

Verhalen en anekdotes over varkens

 
In onze digitale nieuwsbrief verschijnt met regelmaat een 'Varkensverhaal'. De verhalen worden ook op deze pagina gepubliceerd. Met dank aan de auteur en uitgeverij!

 

Ben Buijtendorp - één van de auteurs van 'Varkentjes' - stuurde ons in januari 2007 zijn verhaal 'Van varkens en jazz'

 

Van varkens en jazz

 
‘Padadadoem, ketjing ketjing badaboem tf tf tf tf tf tf pwaah! Wow, begrijp je wat ik bedoel? Begrijp je?’
‘Nou,… ik eh,… ik weet niet, ik..’
‘Big, luister nou, die flow, dat freake, die knor van diep uit je maag, hoor je dat niet, Frieie, pwuruwure wiewiee, schaamteloos, geil, moorddadig.’
‘Ja, je bedoelt dat gefriemel , die fiedelarij, dat ge… ge…’
‘Wat nou ge… ge, big, je snapt er niks van, dit is bevrijding, weg normen, weg van dat brave. Dit zijn de hekken open, weg betonnen vloer. Niks geen slobber om zes uur ‘s ochtends en slobber om zes uur ‘s avonds, gewoon op zoek naar je eigen grub, rollen in de vetste modder die je vinden kan. Met je neus omhoog in de pisregen. Moet je horen dat piano getrippel, of je zo een heuveltje af drentelt! Die bas, die poten in diepe plassen, zonder dat dat fokking hek je tegenhoudt als je paddestoelen ruikt. Big, die sax laat je rollen, niet in je eigen keutels, maar in de zeik van een geile wilde zeug met zwarte borstels. Hwiet…Hwieieiet, katekatekate, daar komt ze aan, doedoedoedoeoeoe,
Ze knippert smooth, smoother, smoothst met haar lange wimpers…’
‘Shit, B-veertien, je hebt gelijk, ik ruik haar, heerlijk die beerlucht…’
‘Beerlucht? Big, je ruikt jezelf, en noem me geen B-veertien! Ik heet voortaan Groove, maar… je krijgt de hang of it. Pibediebedab, woe, woe woe pwipwiewiee, knirrende sax, nerveus drummetje, ammechtige tenor, ja, ja, ja, come on baby…’
‘Hee beer, hou het wel netjes, ik ben je zeug nie, HEE!’
‘O, o, eh sorry hoor ik liet me even lopen.’
‘Hoezo lopen? Shit, big we kunnen ons gat niet keren. Als ik moet persen om te schijten, duw ik vier hekken verder de biggetjes plat… Maar…, ik heb het, ik heb het! Hoor je die diepe knor van de trombone? Ik glij weg hier, modderig weitje, kabbelende beek, die trompetjes als net uitgelopen bramenblaadjes, die jonge brandnetels,’

“GRRRETTVERDRRRR zet die boere varkensbeul de radio uit, nee, shit, de piraat, Fokking Frans Bauer! Als je blieft, breng ons naar de slager!”

 

In de nieuwsbrief van november 2006 verscheen 'Het varken en de schapen' van Aesopos

 

'Het varken en de schapen'

Een varken had zich onder schapen gemengd. Toen nu op een dag de herder hem probeerde te pakken, schreeuwde hij luid en spartelde tegen. Maar de schapen keurden zijn geschreeuw af en zeiden: 'De herder vangt ons voortdurend, maar wij krijsen niet'. Het varken zei hierop: 'Dit is voor u en mij niet hetzelfde. Gij wordt gevangen voor uw wol of melk, maar ik voor mijn vlees'.

Deze fabel toont dat zij die niet hun bezit, maar hun leven dreigen te verliezen, terecht weeklagen.

 

In de nieuwsbrief van eind augustus 2006  verscheen 'Het Truffelvarken' van Midas Dekker

 

Het truffelvarken

Wie wordt er verliefd op een eierstok? Geen mens. Niets windt de geslachten zo weinig op als hun organen. Uitwendig zijn geslachtsorganen onsmakelijke slangetjes of schelpdieren, inwendig zeggen ze alleen chirurgen iets. Afknappers. Als dit alles was zou de mens allang zijn uitgestorven.

De seksuele aantrekkingskracht schuilt bij de mens in een heel ander orgaan, veel groter gelukkig, het grootste orgaan dat u heeft, zo omvangrijk dat u er helemaal in past, één à twee centiare groot: de huid. Zo onsmakelijk als een mens met al zijn klieren en kwabben in wezen is, zo fraai is hij veelal in zijn huid verpakt. Ernaar kijken of eraan zitten kan heel prettig zijn.

Andere dieren hebben het moeilijker, met hun huid verstopt onder een dikke pels of verenlaag, onzichtbaar voor gretige ogen, afgeschermd van andermans huid. Met uitzondering dan van het varken.

Het varken is zo’n beetje het blootste beest dat er is; je zit meteen op de binnenband. Veel profijt in de liefde heeft het varken van zijn blootheid echter niet. Het geeft er niet om. Bij varkens gaat de liefde door de neus. Zeugen voelen zich heel warm worden zodra ze het kwijl van een opgewonden mannetje ruiken, mannetjes raken alleen al van de lucht van een minzieke zeug buiten westen.

Mensenneuzen vallen in het niet bij varkenssnuiten vergeleken. Het is maar goed dat we er voor ons liefdesleven niet van afhankelijk zijn. Mensenmannen scheiden in hun oksels dezelfde reukstof uit als varkens in hun kwijl, maar het effect blijft uit en ook omgekeerd zie je zelden mannen wellustig aan ongewassen vrouwen snuffelen. Vroeger moet dat anders geweest zijn. ‘Ne te lave pas (was je niet)’, schreef Napoleon vanaf het slagveld naar zijn geliefde Josephine, ‘je reviens (ik kom er aan).’ Zeep heeft al veel wat vies is schoon,- en eenmaal schoon, kapotgemaakt.

Als regel moet een mens voor het betere ruiken de diensten inroepen van een dier. Van het varken bijvoorbeeld. Het truffelvarken heeft zelfs van zijn neus zijn vak gemaakt. Beter een neus op pootjes, dan een wandelende karbonade, is zijn devies. Voor zijn baas speurt hij bijzondere paddestoelen op, die diep onder de grond aan de wortels van oude eiken groeien. Dat is knap, want grond is een uitstekende deodorant; het is niet voor niets dat we al wat erg stinkt, al is het nog zo teerbemind, onder de groene zoden stoppen.

Hoe komt een varken zo knap? Dat is wetenschappelijk uitgezocht. In die ondergrondse paddestoelen, de truffels, zit dezelfde stof als in hitsig varkenskwijl, waarmee meteen verklaard is waarom zeugen de beste truffelvarkens zijn. En wellicht verklaart dit ook waarom mensen zo verzot op truffels zijn, dat grote kapitalen worden neergeteld voor kleine porties. Vermomd als paddestoel herkent onze neus de charme van onze oksels opeens wel. Seks die je kunt eten, dat is twee hartstochten in één klap vervuld. En daar dan tegenover je de huid van een fraaie tafelheer of –dame bij.

 

In de nieuwsbrief van juli 2006 verscheen 'Varkenstrouw' van Rudy Kousbroek

uit: Verborgen verwantschappen, fotosynthese
ISBN 90 457 0029 8
 

Varkenstrouw

 
Eindelijk! Na jaren zoeken is hier nu eindelijk een foto van het oervarken, het varken zoals het oorspronkelijk bedoeld was, het originele ontwerp.
 

Oerzwijn

Jaartal en fotograaf onbekend

Dat wil dus zeggen niet een wild zwijn en ook niet een consumptie-artikel, maar een tam huisdier, bestemd om naast je te zitten, zich over de kop te laten strelen en mee te eten uit de koektrommel. Het varken als vriend en huisgenoot. Een nauwkeurige bestudering van de foto leert dat het hier gaat om een heraldisch beest, een afstammeling van de sphinx, half dier half mens. Kijk naar zijn gezicht: zo verstandig, zo goedig, met die afhangende oren en dat kleine plukje donker haar bovenop z’n kop zoals bankdirecteuren in de jaren dertig. Zo menselijk als een hond. Als een beer. Als een paard. Als een baviaan. Als een olifantje. Hij heeft ook wel iets van een klein jongetje; er zit een homunculus, een mini-mensje in. In veel hogere dieren, zelfs als ze heel groot zijn, zit zo’n hybride: deels dier, deels mens. Zoals Annie M.G. Schmidt het formuleerde over de dame die kat wilde worden: nog geen kat, maar ook niet meer helemaal dame.

Er is ook iets dat doet denken aan een knuffelbeest dat noten kan lezen, heel muzikaal ontwikkeld; dat zie je aan hoe hij zit, bijna of hij piano speelt. Het is sommige dieren gegeven van voren te staan en van achteren te zitten, je ziet het soms bij honden die op een trap zitten; wat dan gewoonlijk opvalt is hoe opgewonden ze naar iets kijken, hoe enthousiast en hoe ijverig, soms pogingen doend tot kwispelstaarten, wat op een trap in die positie niet altijd uitvoerbaar is.

Wat voor staart heeft dit oervarken? Het is niet te zien, ik denk een beweeglijk recht staartje. Of toch een krulstaart? Hadden ze die toen al? Je kunt je in elk geval goed voorstellen hoe hij tegen je op zou springen als hij mee uit mag. Het ziet er trouwens naar uit dat hij met groot gemak over dat hekje zou kunnen springen, en dat alleen maar nalaat uit beleefdheid of goedhartigheid. Je kunt met hem stoeien en ravotten, hem over zijn kop aaien, op zijn flanken kloppen, je kunt je hand om die mooie lange snuit heen leggen, hem op je schoot tillen, in je armen nemen.

Bereidheid tot uitwisseling van geheimen. Dat is wat deze icoon toont. Het is een amateurfoto, een familiekiekje afkomstig van de vlooienmarkt, daterend, zo te zien, uit de jaren vijftig. Jammer van dat rechthoekige bord op de achtergrond, net achter zijn snuit, alsof hij een vierkante kin heeft.

Je moet er toch niet aan denken dat een zo verstandig, een zo liefhebbaar dier geslacht zou worden.

En zo kom ik dan tegen mijn zin toch weer uit bij de verborgen dimensie van deze foto, de grote verschrikking van Nederland, de bio-industrie. Wij hebben de grootste varkensdichtheid ter wereld, er zijn hier bijna evenveel varkens als mensen. Het onschuldige landschap verbergt er letterlijk miljoenen. Nederland is een gigantische vleesmolen, waar dag en nacht dieren in worden vermalen. Zo is het al jaren, maar meestal is het onzichtbaar. De waarheid komt soms even aan het licht wanneer er weer een epizoötie uitbreekt, maar duikt daarna weer onder.

Het wordt nog steeds niet algemeen ingezien, maar het is een van de grootste problemen van de komende tijd: dat de bio-industrie zal moeten verdwijnen en dat dat waarschijnlijk niet zonder drama zal gebeuren. Een onafwendbare ontwikkeling, die maar niet wil doordringen tot de politiek. Voor niet één van de gevestigde politieke partijen is het tot dusver een punt: er zijn er wel die het verbaal belijden (e.g. Groen Links), maar het is evident dat die er nooit serieus werk van zullen maken.

En intussen volgen de massaslachtingen elkaar op. Dieren worden verdelgd op een schaal die nooit eerder op de wereld bestaan heeft. Wat mij eigenlijk het meest aangrijpt is hoe weinig mensen het iets kan schelen. Redelijkerwijze zou je tegen het fokken van varkens op die manier massale reacties mogen verwachten, met de uitroep: ‘dat kan zo niet langer’. Je zou je voor kunnen stellen dat het leidde tot een boycot van het product, een hartstochtelijke reactie om nooit meer varkensvlees te eten - niet op grond van religieuze dwalingen maar eenvoudig omdat het associaties oproept die maken dat je het niet meer door je keel kunt krijgen.
 

Verborgen verwantschappen

Uitgeverij Augustus

CMS by WebGenerator