In Nederland lijden jaarlijks ruim 28 miljoen koeien, varkens en kippen door te weinig, te eenzijdig of te veel voer
Bijna 8 miljoen dieren die in de Nederlandse productie- sector worden gehouden, hebben gedurende een groot deel van hun leven ernstig honger. Het gaat om dieren die voor de reproductie gebruikt worden: bij kippen ouder-dieren van vleeskuikens (7 miljoen) en bij varkens om fokzeugen en –beren (880.000).
Beperkt voeren zou vervetting van het lichaam tegengaan en zo een goede reproductie onder ouderdieren stimuleren. De sector meent dat de dieren zo gezond blijven, maar wetenschappelijk onderzoek toont aan dat de beperking een chronisch hongergevoel oproept. Voerbeperking leidt bovendien tot tal van gezondheidsproblemen en afwijkend gedrag, zoals stangbijten en verenpikken.
Dieren die niet gehouden voor de voortplanting, zoals melkkoeien, vleeskalveren, biggen, vleesvarkens en vleeskuikens, krijgen meestal juist meer dan genoeg calorieën binnen. Toch zijn er welzijnsproblemen, juist door de energierijke en eenzijdige voeding. Koeien lijden aan pensverzuring, varkens hebben in grote getale maagaandoeningen zoals maagzweren en veel kalveren (blank kalfsvlees wordt nauwelijks meer verkocht, maar nog steeds geproduceerd in Nederland) lijden aan bloedarmoede.
De gevolgen van het voeren voor het dierenwelzijn zijn in strijd met de Nederlandse wetgeving. Volgens het Besluit welzijn productiedieren hebben de dieren recht op voldoende en geschikt voedsel, mag het toegediende voer geen onnodig lijden veroorzaken en moet het voer passen bij de fysiologische behoeften van dieren.
De belangrijkste feiten en cijfers zijn hiernaast weergegeven in een infographic. Klik op het plaatje voor een grotere weergave. Stuur deze door via mail, hyves, facebook en twitter!
|