Massale sterfte van varkens op de boerderij

- foto: Rogier ten Hacken

- foto: Rogier ten Hacken
In Nederland worden ieder jaar 30 miljoen biggen geboren. Hiervan sterven er ieder jaar 3 miljoen in de eerste levensweken en nog eens 2 miljoen worden doodgeboren. Naast deze biggensterfte komen ook nog eens 500 duizend vleesvarkens en 60 duizend zeugen om het leven op de boerderij.
Deze onvoorstelbaar grote ‘uitval’, zoals dit in de sector wordt genoemd, is een direct gevolg van de wijze waarop in Nederland wordt omgegaan met productiedieren. Dieren creperen vaak dagenlang op de boerderij en sterven vaak zonder tussenkomst van een dierenarts.
Biggensterfte heeft te maken met het alsmaar stijgende aantal biggen dat een zeug in de vee-industrie ter wereld brengt. Waar een everzwijn in de natuur per jaar vijf biggen werpt, is een zeug in de vee-industrie zo doorgefokt dat zij inmiddels bijna dertig biggen per jaar werpt. De sector wil dit verder opvoeren tot veertig biggen per jaar. De zeugen kunnen in de krappe kraamstal niet goed voor hun kroost zorgen en hebben vaak onvoldoende melk om al hun biggen te voeden. Hierdoor blijven biggen achter in hun groei en zijn ze zwak.
De biggetjes ondergaan enkele dagen na de geboorte pijnlijke ingrepen, zoals het afbranden van de staart en het vijlen van de tandjes. De biggen krijgen antibiotica om infecties tegen onderdrukken, maar desondanks worden miljoenen biggen niet ouder dan een paar weken. Als de overgebleven biggen na drie weken van hun moeder worden gescheiden, zijn ze vaak nog zwak en vatbaar voor ziekten.
Sterfte onder oudere varkens is wellicht nog tragischer. Waar biggen over het algemeen een relatief korte doodstrijd voeren, lijden oudere varkens soms wel dagenlang voordat ze sterven. Omdat een veearts te duur is, worden doodzieke dieren simpelweg ‘apart gelegd’, waarna ze vaak aan hun lot worden overgelaten.
De massale sterfte van biggen en varkens is één van de meest tragische geheimen van de varkenshouderij. ‘Het is een schande dat we de dood van miljoenen dieren accepteren als een onvermijdelijke bijkomstigheid van de vee-industrie’, stelt directeur Hans Baaij. ‘De dieren worden gezien als wegwerpproducten. Men heeft alleen oog voor het aantal dieren dat per saldo overblijft. Consumenten moeten zich realiseren dat ze door goedkoop varkensvlees te kopen, dit soort praktijken in stand houden.’
Naar aanleiding van de spraakmakende campagne van Stichting Varkens in Nood werd door de sector een plan van aanpak geschreven en nam de biggensterfte het laatste jaar weer iets af.
Meer informatie
Minister Verburg erkent toename biggensterfte
Reactie op kritiek van de sector



