Wij zijn a priori niet tegen grotere stallen, maar er ook niet vóór

Onder dierenbeschermers bestaat altijd de strijd tussen ideaal en haalbaarheid. Ideaal is dat kippen en varkens in het bos leven en daar naar hun aard en natuur in vrede kunnen leven. Maar ja, er zijn te veel mestvarkens en vleeskippen en er is te weinig bos. Een natuurlijk leven voor productiedieren lijkt dus een utopie. Aan de andere kant: zou de mens niet gewoon véél minder vlees moeten eten en gewoon als stelregel aanhouden dat ook productiedieren een fatsoenlijk leven mogen hebben?

Simpel gezegd: hoe meer de mens bereid is op te schuiven, hoe meer ruimte er is voor dieren en andersom. Als de (westerse) mens iets van zijn welvaart aan dieren overdraagt en minder consumeert, dan is die ideale situatie misschien haalbaar.

Maar het is een glijdende schaal. Van batterijkip naar scharrelkip is maar een kleine stap voorwaarts en nog steeds ver van het ideaal af. Moeten we die stap daarom afwijzen? De Dierenbescherming heeft een varkensstal ontwikkeld – de zogenoemde ComfortClass – die zoveel mogelijk uitgaat van natuurlijke behoeften van varkens, maar helaas nog ver afstaat van het varken in het bos of zelfs in het weiland. Moeten we deze stappen, die voor miljoenen dieren belangrijk zijn en het verschil kunnen maken tussen een ondraaglijk leven en een slecht of matig leven, aanmoedigen of juist afwijzen? 

Om het anders te zeggen: mestvarkens in de vee-industrie scoren op een schaal van 1 tot 10 op zijn hoogst een 2. In de ComfortClass is dit misschien een 5. Hetzelfde geldt voor de scharrelkip: die scharrelt, maar wel altijd binnen, met tienduizenden tegelijk, in een overvolle stal vol stof. Wat eerst een 1,5 was, scoort nu misschien een 2.

De keuze om in te stemmen met dit soort kleine stappen vormt een dilemma. Instemmen met grotere stallen (of beter gezegd: er niet tegen zijn) moet dan ook in het licht van het voorgaande bekeken worden. Zijn wij ook tegen schaalvergroting of grotere stallen als de varkens anderhalf of twee keer of zelfs drie keer zoveel ruimte krijgen? Of als ze wel stro hebben, als staarten en tandjes niet gecoupeerd worden, als er afleidingsmateriaal is en ruimte voor het bouwen van een nest, en een separate ruimte om de mest kwijt te raken? Tja, dan misschien niet. Het gaat om een afweging, en op voorhand “nee” zeggen tegen grotere stallen, laat goede mogelijkheden om het leven van varkens te verbeteren liggen. Vandaar dat Varkens in Nood zegt: wij zijn op voorhand niet tegen schaalvergroting.

Wanneer zeggen wij “nee!” tegen grotere stallen?

  • Grotere stallen moet wel iets oplossen: als Amsterdam er ineens driehonderdduizend varkens bij krijgt, dan moeten die elders, uit slechtere stallen, verdwijnen.
  • Bij grotere stallen moeten de varkens er qua dierenwelzijn aanzienlijk op vooruitgaan. De ComfortClass van de Dierenbescherming is een goed uitgangspunt.
  • Stallen moeten toegankelijk zijn voor publiek (desnoods vanachter ramen). Het is belangrijk dat de stadsbewoner zich realiseert hoe zijn karbonaadje opgroeit.
  • Veevoer dient niet afkomstig te zijn van genetisch gemodificeerde soja of van gebieden die tot voor kort oerwoud waren. Veevoer dient bij te dragen aan hergebruik van voedsel en afkomstig te zijn uit Europa.
  • Een agrocentrum dient energie- en klimaatneutraal te zijn. Mest en urine van de varkens moeten intern hergebruikt worden. Kringlopen moeten zo veel mogelijk gesloten zijn.
  • Een dierenarts dient dagelijks aanwezig te zijn om zieke en gewonde dieren bij te staan. Antibioticagebruik dient beperkt te worden tot individuele zieke dieren. Ernstig zieke dieren dienen door de dierenarts geëuthanaseerd te worden. De dierenarts dient toezicht te houden op een humane behandeling van de dieren.
  • Luchtkwaliteit dient te voldoen aan wettelijke eisen en hier dient regelmatig op gecontroleerd te worden.
  • Het transport van dieren dient tot een minimum beperkt te worden. Biggen van elders aanvoeren mag niet en de slacht dient bij voorkeur in het gebouw zelf plaats te vinden.

Indien bovenstaande zaken worden uitgevoerd, dan is Varkens in Nood niet tegen schaalvergroting. Maar we zijn er ook niet vóór. We zijn wel voor varkens die vrij in de natuur kunnen leven, in het bos, of anderszins een fatsoenlijk leven hebben (zie de Universele Verklaring voor de Rechten van het Productiedier op deze website). Dat is het minste dat wij productiedieren kunnen bieden in ruil voor hun leven.

De voordelen van grotere stallen, ten opzichte van 98 procent van bestaande stallen, zijn – als onze eisen worden uitgevoerd – de volgende:

  • Beter dierenwelzijn
  • Minder transporten en stabiele groepen
  • Minder milieuvervuiling in Nederland
  • Minder aantasting van het milieu in Zuid-Amerika en Azië
  • Bewustwording bij de (stads)mens van de grootschaligheid van de vee-industrie
  • De stadsbesturen van steden als Amsterdam, Rotterdam en Zaandam bieden betere garanties voor de controle op dierenwelzijn dan traditionele varkensgebieden als de Achterhoek en de Peel.
Deel dit standpunt

Oh nee, een pop-up!

Geloof ons, wij houden er ook niet van.
Maar als zelfstandige stichting zijn we volledig afhankelijk van particuliere donaties.

Dertien miljoen varkens in de intensieve veehouderij hebben ook jouw hulp nodig.

Ja, ik help de varkens

Nee, bedankt (ik ben al donateur)