Agrarische opleiding stopt met traditionele kraamkooi

Kraamkooi
In de traditionele kraamkooi kunnen zeugen nauwelijks bewegen

Het varkensbedrijf van Aeres Hogeschool in Dronten investeert in betere hokken voor zeugen. Waar moedervarkens bij de meeste varkenshouders wekenlang worden opgesloten in een krappe kraamkooi, kiest de agrarische opleiding voor een meer diervriendelijke aanpak. Zo leren toekomstige varkenshouders dat het ook anders kan.

Meer vrijheid voor de zeug

Varkenshouders gebruiken kraamkooien om pasgeboren biggen te beschermen. Het hok van de zeug en haar biggen is vaak zó krap is, dat ze per ongeluk op een big kan gaan liggen. Door de zeug op te sluiten in een kraamkooi, krijgen de biggen meer ruimte om de zeug te ontwijken. In de varkensstal van Aeres Hogeschool is er sinds kort meer vrijheid voor de zeugen. De school heeft recent kraamhokken aangeschaft met een tijdelijke kraamkooi. Rond de geboorte van de biggen staat de zeug nog steeds vast, maar na vijf dagen mag ze vrij weer rondlopen in het hok.

Kraamkooi zorgt voor dierenleed

De nieuwe kraamhokken zijn een enorme verbetering voor het welzijn van de zeugen. De meeste zeugen in de Nederlandse varkensindustrie staan na iedere zwangerschap tot wel vijf weken lang in een kraamkooi. Vastgeklemd tussen metalen stangen kan de zeug nauwelijks bewegen, ze kan zich niet eens omdraaien. Dat maakt het onmogelijk voor een zeug om voor haar biggen te zorgen. Een afschuwelijke beperking voor een zoogdier met een sterk moederinstinct.

Het kan ook anders

Iedere dag dat een zeug in een kraamkooi staat, is er één te veel. Varkens in Nood zou graag zien dat het gebruik van kraamkooien in zijn geheel wordt verboden. Toch is de tijdelijke kraamkooi een stap in de goede richting. Zo komt er in ieder geval een einde aan het wekenlang vastzetten van zeugen. Daarnaast is het een geweldig signaal dat een agrarische school niet langer kiest voor de standaard kraamkooi. Zo leren nieuwe generaties van varkenshouders dat deze praktijk volstrekt onnodig is. 

Deel dit artikel
Sanne Roelofs

Als bioloog heb ik vijf jaar lang wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd naar het gedrag en welzijn van varkens in de intensieve varkenshouderij. Dit werk bracht me oog in oog met het dierenleed dat zich op varkensbedrijven afspeelt. Varkens worden behandeld als producten en niet als de slimme, nieuwsgierige levende wezens die ze zijn. Hier wil ik een verandering in teweegbrengen. Bij Varkens in Nood zet ik me daarom in voor de miljoenen varkens in de Nederlandse vleesindustrie.

Oh nee, een pop-up!

Geloof ons, wij houden er ook niet van.
Maar als zelfstandige stichting zijn we volledig afhankelijk van particuliere donaties.

Dertien miljoen varkens in de intensieve veehouderij hebben jouw hulp nodig.

Ja, ik help de varkens

Nee, bedankt (ik ben al donateur)