Misstand #20: Slecht stalklimaat

Varkens hebben een zeer fijngevoelige neus en relatief kleine longen. Voor varkens is reuk het belangrijkste zintuig; zo kunnen zij soortgenoten onderscheiden aan de hand van geur alleen. De groeisnelheid van varkens is sinds 1997 toegenomen met 30%. De grote spiermassa is hierbij ten koste gegaan van de longinhoud. Varkens zijn dan ook bij uitstek gevoelig voor een slechte luchtkwaliteit.

In de vee-industrie leven varkens permanent boven een kelder gevuld met hun eigen mest en urine. Mestkelders worden in de regel zo goedkoop mogelijk gebouwd. Ze bevinden zich recht onder de roostervloeren waarop de varkens leven, zodat de mest van de varkens hier direct in kan vallen of er door de dieren zelf in wordt getrapt.

Dag in dag uit ademen ze giftige mestdampen in. Het schadelijkste gas is ammoniak. Ammoniak (NH3) is een kleurloos maar scherp ruikend en giftig gas. De hoge concentratie ammoniak, in combinatie met veel fijnstof, endotoxines, vocht, tocht en een hoge infectiedruk, zorgen ervoor dat veel varkens ernstig benauwd zijn (tot 50%), pleuritis hebben (56%), chronisch hoesten (tot 50%) of ontstekingen hebben aan de longen (circa 58%), ademhalingswegen of ogen. Het chronische hoesten en moeilijk ademhalen heeft grote gevolgen voor het welzijn van de dieren; de Animal Sciences Group geeft hiervoor een ongeriefscore van 4 op een schaal van 8.

Pleuritis is een nog pijnlijkere en langdurige of zelfs chronische aandoening, die van de ASG de hoogst mogelijke ongeriefscore krijgt (8 van 8). De ziekte wordt door varkenshouders regelmatig niet opgemerkt (subklinisch), waardoor de ontsteking vervolgens ook niet wordt behandeld. Hetzelfde geldt overigens ook, weliswaar mogelijk in iets mindere mate, voor longontsteking. Het stalklimaat blijkt de laatste jaren bovendien te zijn verslechterd en luchtwegaandoeningen te zijn toegenomen. Door een slechte luchtkwaliteit worden varkens vatbaarder voor infecties, neemt de ziektedruk fors toe en dalen de productieresultaten. Er zijn wel initiatieven gaande om de luchtkwaliteit in de stal te verbeteren, zoals varkenstoiletten en mestafvoerbanden, maar deze worden in de praktijk nog maar weinig gebruikt.

Uit metingen van het Klimaatplatform blijkt dat de ammoniakconcentraties in de varkensstallen op 50-70 ppm kan liggen, dit terwijl deze hooguit 20 ppm mag zijn om beschadigingen aan de luchtwegen bij varkens én mensen te voorkomen. Ook volgens het Europese Wetenschappelijk Panel voor diergezondheid en -welzijn (EFSA) zijn concentraties van 40 ppm in varkensstallen heel normaal. Mensen ervaren al ademhalingsproblemen bij ammoniakconcentraties boven de 6 ppm. Biggen detecteren en vermijden ammoniakconcentraties al onder de 10 ppm en hebben een sterke voorkeur voor frisse lucht. Als varkens voor slechts een korte periode aan een ammoniakconcentratie boven de 35 ppm worden blootgesteld ontstaan er al ontstekingsreacties in de luchtwegen en kunnen bacteriën moeilijker worden afgevoerd uit de longen. In wisselwerking met fijnstof (dat mede door ammoniak gevormd wordt) en de alom aanwezige (dode) bacteriën, kan de blootstelling aan ammoniak zorgen voor verdere ontstekingsreacties. Volgens een recente analyse voor de EFSA zou de concentratie van ammoniak dan ook nooit de 20 ppm mogen overstijgen.

Lees meer over onze campagne

Help de varkens in de vee-industrie!

DONEER NU

Varkensinnood.nl
ANBI logo

© Copyright 2017 Varkens in Nood