Livar, Abdij Lilbosch

De naam ‘Livar’ komt van ‘Limburgs Kloostervarken’. Welke rassen hebben geleid tot hét Limburgs kloostervarken houden de bedenkers geheim. De varkens worden gehouden op acht locaties verspreid over Limburg, waarvan Abdij Lilbosch in Echt er een is. In de kloostertuinen scharrelen driehonderd varkens. Alleen op deze locatie hebben ze onbeperkt toegang tot een weide; daarom is alleen hier het predicaat ‘vijfsterren’ gegeven. De varkens worden met liefde verzorgd door de monniken. De zeug en haar biggen blijven zes weken bij elkaar. Daarna leven de jonge biggen verder in een groep met oudere biggen. De varkens krijgen Limburgse granen te eten. Een groot deel van deze granen komt van de akkers van de Abdij zelf. De mest van de varkens wordt weer gebruikt om akkers te bemesten van boeren in de omgeving. En daarmee is de cirkel (van grondstoffen) rond!

Deel deze varkensboer

Oh nee, een pop-up!

Geloof ons, wij houden er ook niet van.
Maar als zelfstandige stichting zijn we volledig afhankelijk van particuliere donaties.

Dertien miljoen varkens in de intensieve veehouderij hebben ook jouw hulp nodig.

Ja, ik help de varkens

Nee, bedankt (ik ben al donateur)